Kwaliteitsbewaking Klinische Geneesmiddelanalyse en Toxicologie

Afkapwaarde creatinine bij onderzoek van urine op drugs.

Bij de controle van urine op drugsgebruik is het antwoord op de vraag of het monster daadwerkelijk urine is relevant maar niet altijd even gemakkelijk te beantwoorden. Een gedetineerde die drugs heeft gebruikt probeert, zoals onderzoek en de praktijk hebben uitgewezen, nogal eens te knoeien met het monster of ander materiaal in te leveren. Een goede procedure (Chain of custody) startend bij de afname en eindigend bij de rapportage van de uitslag is essentieel om dit te voorkomen. Het laboratorium kan door middel van analytisch onderzoek slechts enigszins behulpzaam zijn bij het antwoord op deze vraag.

Recent uitgebrachte richtlijnen uit de Verenigde Staten (SAMHSA, NLCP, 14 februari 2000) geven aan dat voor het antwoord op de vraag of een aangeboden monster urine is, verdunde urine of geen urine, idealiter twee bepalingen dienen te worden uitgevoerd: bepaling van de concentratie van creatinine in urine en de bepaling van de soortelijke massa.

In Nederland is het gebruikelijk alleen het creatinine gehalte in urine te bepalen. Vreemd genoeg zijn er geen geaccepteerde referentiewaarden voor creatinine in urine. Op basis van de wel bekende gegevens voor 24-uurs creatinine en urineproductie per dag heeft men berekend dat het merendeel van de willekeurig verzamelde urines een gehalte tussen de 3 en 24 mmol/l creatinine bevat. Eigen onderzoek heeft uitgewezen dat er een zeer grote inter- en intra-individuele variatie bestaat: waarden onder de 3 mmol zijn niet ongebruikelijk, met name na een aantal koppen koffie of enkele drankjes.

Recent heeft de Nederlandse expertgroep drugsanalyses (bestaande uit LJ Mostert, RJM Niesink, EJM Pennings, DRA Uges, JP Weijers-Everhard, FA de Wolff, RA de Zeeuw, PGM Zweipfenning en ACG Egberts), zich ook gebogen over de vraag wat de afkapwaarde voor creatinine in urine bij drugsonderzoek zou moeten zijn. Na bestudering van alle beschikbare gegevens hebben zij besloten te adviseren 2 mmol/l als minimumwaarde te accepteren. Bij een waarde lager dan 2 mmol/l en een negatieve uitslag voor drugs moet gerapporteerd worden dat het betreffende monster geen informatieve waarde heeft voor het betreffende drugsonderzoek. Bij een positieve uitslag kan die vanzelfsprekend gewoon gebruikt worden. Een gedetineerde kan niet zomaar gestraft worden op basis van een creatinine gehalte < 2 mmol/l. Daarvoor is de specificiteit van deze afkapwaarde niet voldoende. Het is van belang te adviseren ochtendurine af te nemen. In de praktijk is dit echter lang niet altijd haalbaar.

Nota Bene

Regelmatig wordt aan ons laboratorium de vraag gesteld of het gebruik van creatine (veel gebruikt in de sportwereld) de bepaling van creatinine in urine kan beïnvloeden. Theoretisch zou dat op twee manieren kunnen, a) doordat de inname van creatine (gebruikelijke dosis ongeveer 20 gram per dag) leidt tot een verhoogde uitscheiding van creatinine, en b) doordat creatine de bepaling van creatinine stoort. Uit onderzoek is gebleken dat door de inname van creatine het gehalte creatinine in de urine niet of nauwelijks stijgt. Er ontstaat door de inname van creatine echter een hoge concentratie van creatine in de urine die de concentratie van creatinine normaliter vele malen overtreft. Onderzoek heeft uitgewezen dat creatine de bepaling van creatinine die berust op de zogenaamde Jaffe reactie (colorimetrisch met pikrinezuur) niet stoort. Bepaalde enzymatische bepalingen kunnen wel gestoord worden.

Toine Egberts, Coördinator Drugs of Abuse

Back to Top